Nieuwe Kaai – 27 februari 2026

Vrijdag 27 februari waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai — een vertrouwde groep, een vertrouwde warmte. Ik had deze keer maar een paar teksten mee. Spannend, want dan reken ik extra hard op de inspiratie van de deelnemers. Maar zoals altijd: het kwam helemaal goed.

We maakten ruimte voor verhalen, voor herinneringen, en ook voor muziek: liedjes die iets openzetten, waar mensen spontaan op beginnen mee te neuriën, of waar ineens een zin bij blijft hangen.

We startten met het beroepengedicht, en meteen zaten we in het leven van vroeger: werken zonder verlof, zorgen voor dieren, koeien melken, dag en nacht bezig zijn.

Er werd gepraat over hoe zwaar het boerenleven was — zaterdag, zondag, feestdag… gewoon doorgaan — en hoe huisvrouw zijn minstens evenzeer een fulltime job was, zeker met een groot gezin.

Daarna schreven we een hele tijd samen een hele reeks elfjes. Kort, helder, en vol herkenning: over boerin, boer, huisvrouw, geitjes en koeien. De groep had er duidelijk plezier in: “We zetten je nogal aan het werk, he. Maak er een boek van!”

Tussendoor las ik ook informatieve fragmenten voor: over hoe het boerenleven veranderde door mechanisering (melkmachine, tractor, grotere bedrijven), én over de klassieke lenteschoonmaak van vroeger — ramen open, groene zeep, kastpapier, lavendelzakjes, alles spic en span tegen Pasen. Deze fragmenten kwamen uit de boeken ‘In mijn tijd’ van Elke Uijtewaal & Silvie Kamphuis en het boek ‘Nostalgie’ van GT Rovers

Ik pakte zelf even uit met een meertalige limerickreeks. Er volgde wat gegrinnik en ‘a little bit of english’. Maar de groep kon vele beter schrijven. Uit dat gesprek groeide namelijk een soort levenswijsheid die de groep samen formuleerde en een mooi groepsgedicht werd over vriendschap

We luisterden tijdens deze sessie naar verschillende nummers, waaronder “Aan het strand van Oostende” (Louis Neefs), het vrolijke “Laat het gras maar groeien”, en op het einde een warm moment met het speciaal aangevraagde nummer “Bedankt lieve ouders” (Vader Abraham) — een lied dat meteen herinneringen wakker maakte aan wat ouders allemaal doen, en hoe je dat pas later écht beseft.

We sloten af in dezelfde toon als we begonnen: vertrouwd, lachend, zingend.
Tot de volgende keer, Nieuwe Kaai.

Pluk de dag – limerick reeks

Seize the day
Vertrok op vakantie naar Schotland.
Ik moest daarvoor best wel een afstand.
Vergat haast de tijd,
maar ook, met veel spijt,
mijn paspoort! Brexit! Iets in die trant.

Nutze den Tag
Op ’t lijstje staan nog vele zaken,
ik kan m’n hersens horen kraken.
Geen zin erin, nee?
Ah, het zit me mee!
Vanaf nu ga ik vooral Nutze den Tagen.

Profite du jour
Ik weet niet waar geluk te halen.
In welke landen of verhalen?
Goeiedag, bonjour.
Profite du jour!
Geluk is’ t zelfde in veel talen.

Pluk de dag
De lente, daar mag je van dromen
het begint er ook weer aan te komen…
Dus als het nu mag:
pluk ik snel de dag,
en ook wat bloesems van de bomen.

Carpe Diem
In ‘t Engels kan ik me uitdrukken.
M’n Duits zal af en toe wat lukken.
In ’t Frans als het moet.
In ’t Vlaams gaat het goed.
M’n Latijn enkel voor dit ‘plukken’.

Vriendschap

we zijn tevreden we zijn content
dat moet, anders heb je geen leven
iedereen weet dat je met jaloezie niets bent
je bent beter met vriendschap geven

Elfjes – reeks

boerin
mooi beroep
koeien geiten varkens
de hele dag bezig
werken

boer
zaaien oogsten
op het veld
rijden met de tractor
content

huisvrouw
eten klaarmaken
de was doen
de tuin goed onderhouden
opvoeden

geitjes
zo lief
kindjes spelen ermee
kleintjes in de lente
schattig

koeien
alles geven
goed voor zorgen
proper zetten en voederen
melken

Bremdael – 26 februari 2026

Op donderdag 26 februari verzamelden we opnieuw in Bremdael voor een lange, warme sessie vol poëzie, muziek, herinneringen en zelfgemaakte versjes.l

We begonnen met een gedicht over geluk. Niet groots of spectaculair, maar gewoon in het kleine.

Daarna luisterden we naar ‘Gelukkig zijn’ van Ann Christy. Dat paste perfect en er werd spontaan meegezongen. Geluk bleek iets wat soms ver weg lijkt, maar toch telkens weer terugkomt. Al zeker vandaag.


Een gedicht over de seizoenen bracht ons bij het verlangen naar zon en warmte.

“De herfst is voorbij, de winter is gekomen… de lente wordt beter voor mij.”

Voor sommigen ging het niet eens over het weer, maar gewoon over iets veel eenvoudigers:
“Ik wil mijn kinderen zien.”

Daarna lazen we een fragment over de vroegere lenteschoonmaak uit ‘Nostalgie’ van GT Rovers— ramen open, groene zeep, matrassen kloppen, kastpapier vervangen, lavendelzakjes tegen de motten… Alles moest spic en span zijn voor Pasen.

De vraag kwam spontaan: “Was dat echt zo?”
En ja — er werd bevestigd dat de lente vroeger écht een grote kuis betekende.


We schreven verder ook samen een versje over het verschil met vorige week. Naar buiten kijken en de zon zien. Heerlijk. En natuurlijk luisterden we ook naar ‘Laat de zon in je hart’ van Willy Sommers. En ook ‘tandartsassistente’ van Peter de Koning paste helemaal in het rijtje.

Er kwamen warme woorden voorbij in het gedicht “Jij”, maar ook een speelse limerick waarin Cupido net werd weggestuurd.

Liefde bleek vele vormen te hebben: romantisch, praktisch, moederlijk, of gewoon samen door één deur kunnen.


Het beroepengedicht bracht een hele stroom herinneringen op gang.

Wat wilden jullie worden?

  • Schrijnwerker
  • Huisvrouw
  • Astronaut
  • Minister
  • Dierenarts
  • Textielarbeidster
  • Voor de kinderen zorgen

Sommigen waren tevreden met wat ze geworden zijn.
Anderen droomden nog even verder.


Eten en koken en een omelet brachten verhalen los over stoofvlees, pannenkoeken, mosselen en soep in de diepvries. Wat waren de favoriete gerechten van de deelnemers? En wie kookte er graag?

We maakten samen een elfje.

Van beroepen gingen we naar vroeger: strenge nonnen, aparte speelplaatsen voor jongens en meisjes, koude voeten, stout zijn, en vooral: snel naar huis willen. Dat werd onverwachts nog een groepsgedicht.

Het verhaal van Minoes de poes bracht herkenning (en veel gelach).
En helemaal op het einde werd er nog gedanst in een gedicht en later ook zachtjes in de stoel met ‘Chéri’ van Eddy Wally


✨ Het werd een lange sessie, maar deugddoend.We sloten af zoals altijd: samen én en beetje warmer dan we begonnen waren.

👉 Heb jij recent nog wat geschreven? Deel het via info@zilverenverhalen.be! Kan ik het ook eens voorlezen??

Zon

Het is buiten schoon weer
da’s iets anders deze keer.
Vorige week was regen regen regen,
nu komen we de zon tegen!

Die brengt blijdschap en plezier,
maakt ons ook gelukkig hier.
Moeten we niet ver hier vandaan!
Kunnen we in de zon staan.

School

onze meester is een reus
en heeft een lange neus
ons voeten altijd koud
de kinderen soms stout
ik ben m’n schooltas vergeten
de hond heeft m’n huiswerk opgegeten
was school al maar gedaan
dan kon ik naar huis gaan

Beroepen

De grootste kindervriend wordt kleuterjuf
en de bibliothecaris zoekt de zin in een boek zo duf.

Het vuur doven is werk voor de brandweer,
alle andere brandjes blussen doet de politie dan weer.

De dichteres dicht de wereld bijeen.
De schrijver schrijft de zin van het leven aaneen.

Mensen hun levens redden doet de verpleger,
hetzelfde doen de mensen van het leger.

De pastoor vertelt je over god en Jezus een hoop verhalen
en ook in het circus kan je je portie goochelarij halen.

Je kan ook voor de kinderen zorgen, die wilde bende
of misschien zit je ziek thuis door allerlei ellende.

De stoere mannen en vrouwen komen in de bouw terecht,
en de knappe koppen werken voor het gerecht.

In de horeca loop je de benen onder je lijf
en de voetballer weet met z’n geld geen blijf.

Het ene beroep voelt goed en weer iets anders duurt maar even.
Er zijn gelukkig vele dingen om te doen in het leven.