Nieuwe Kaai – 9 januari 2026

9 januari voelde als een echte winter-namiddag: een mengeling van sneeuwverlangen, regenrealiteit, muziek, lachen… en vooral: veel woorden die mochten landen.

We begonnen poëtisch met Toon Hermans. Een gedicht over sneeuw die onverwacht valt — zelfs in april — en over liefde die tegelijk warm en koud kan zijn. Daarna dook ook zijn speelse ballonnetje op: licht, muzikaal, een beetje absurd en daardoor net zo ontwapenend. Even was het alsof er een draadje naar de zon in de kamer hing.

De winter bleef als thema aanwezig. In een grappige reeks ondersteboven” ging het van kerstboom-perikelen (met katten die de boel graag testen) tot het gekke idee dat het in Australië met Kerstmis zomer is. Dat leidde vanzelf naar reizen: hoe ver ben je ooit geweest? Spanje kwam al snel op tafel — en bij sommigen zelfs “elk jaar”. We schreven er een elfje over.

We luisterden ook naar Singin’ in the Rain: een heerlijk contrast met alles wat ik had voorbereid had over sneeuw. (De hele week sneeuw en toen regende het natuurlijk)

We probeerden daarna een fantasieverhaal met kaarten — en één keer lukte dat heerlijk:

Een vlinder en een dolfijn belandden naast de rivier, onze vlinder maakte zelfs honing, en de dolfijn vond dat (uiteraard) geweldig lekker.
Eind goed, al goed.

Een tweede poging met een enthousiaste kip en een verkouden slang bleef wat hangen. En dat was helemaal oké: niet elke combinatie vraagt om een verhaal — soms is “het komt vandaag niet” gewoon ook een eerlijk antwoord.

Daarna gingen we samen dichten over wat wél echt was vandaag: regen. We bouwden stap voor stap aan een lang rijmgedicht, vol herkenning: van “tik tik” tegen het raam tot regenjas, paraplu, humeur, en zelfs Armand Pien.

Er kwam nog tweemaal eigen werk. Over het verlangen naar zon én ook een gedicht over het verlangen naar sleeën.

We sloten af met een nieuwjaarsbrief: warm, speels, en met de wens om samen te blijven gaan. En ja—er kwam zelfs spontaan terug: “een zoen van je kapoen.”

✨ Een sessie met veel afwisseling: bekende poëzie, eigen werk, een geslaagd dierenverhaal, een groepsgedicht dat echt samen gedragen werd, en een klein stukje Spanje in de winter.

📸 Wat heeft jouw voorkeur: winter of zomer?

👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

Nieuwjaarsbrief

Liefste,

Klop klop klop, een nieuw jaar staat voor de deur,
ik hoop op eentje zonder sleur.
2026 wordt het jaar waarop we blijven gaan,
en waarop we er voor elkaar staan!

Ik hoop op zon, elke dag,
iets waardoor ik toch steeds glimlach,
en als dat sneeuwen dan toch echt moet,
hoop ik geen sneeuwbal op je snoet!

Laten we het jaar samen goed inzetten,
en goed op elkaar letten.
Want vriendschap en elkaar graag zien,
dan verdubbelt je geluk met tien.

2025, ‘t is goed geweest ‘t is weer klaar!
Onze herinneringen gaan zachtjes mee naar 2026, het nieuwe jaar.
Laat ons genieten van de mooie momenten die zullen komen
en van nog vele vele mooie jaartjes dromen.

Een zoen van je kapoen.

Winter – sonnet


Van het jaar is dit seizoen maar een kwart.
Als de kou nu maar snel gaat verdwijnen,
begint de sneeuw wel weer weg te kwijnen.
Dan is er weer wat warmte in mijn hart.

Het prachtigste kwart komt dan snel binnen
met haar wilde bloesems aan de bomen.
Laat de lieve lente maar rap komen.
Ik wil aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

Van dit kwart zie ik echt niet het mooie.
De winter is voor mij ‘t onbeminde.
Liefst zou ik dit seizoen nu weggooien.

Laat de warmte de sneeuw nu verslinden.
Denk da’k de diepvries nog moet ontdooien,
want daar is evenveel wit te vinden.

seizoenen

De herfst is nu weer voorbij.
De winter is toch gekomen.
De lente wordt beter voor mij.
De zomer ver in m’n dromen.

Laat de donkere dagen weg gaan.
Niet meer stil in verdriet.
Ik wil terug recht staan.
Iets zonnigs in het verschiet.

Mijn seizoenen cirkelen weer.
Ik wou dat ik leven beter kon.
Het lijkt alsof ik niets leer.
Mijn hoop is geluk in de zon.

opa opa

Opa, opa, ik wil een slee,
wil er een maken, doe je niet mee?
Ik wil op het ijs gaan glijden,
dat zal me zó verblijden.
Ik wil zelf ook aan de slee meewerken,
je zal er niets op kunnen aanmerken.
Ik wil op het ijs wat slibberen,
dan vergeet ik de kou waarvan ik moet bibberen.
Opa, opa, gaan we die slee nu maken,
voor de sneeuw plots gaat verzaken?
Ik wil geen regen meer,
ik wil vooral veel ijs op het meer!

Ondersteboven in drievoud

Ondersteboven I
De boom staat al lang in de living,
Maar plots loopt de kat erop! Botsing!
De kerstboom valt om,
kat maalt er niet om…
De piek nu in de foute richting.

Ondersteboven II
‘Ik vind je zo knap’ niet geloven.
Hij blijft zich voor oudjaar uitsloven.
En tóch is het waar,
dus zeg hem toch maar:
‘Van jou ben ik ondersteboven.’

Ondersteboven III
Heel ver hier vandaan zijn er landen
waar ’t zomert en de zon blijft branden.
Het is al te gek,
zo een verre plek
waar Kerstmis gevierd wordt op stranden.

Regen

We horen de regen tegen de raam tikken, 
de ene kan zich er wel naar schikken
anderen vinden regen maar niets.

Koud, vervelend en nat vinden we de regen,
maar regenjas, paraplu en kapje en we kunnen er wel tegen
Zo vertrek ik voor de ronde van Frankrijk met de fiets

Soms is het goed weer, soms is het slecht weer,
dus we kijken naar het weerbericht, elke keer
vakkundig door Armand Pien gegeven.

Soms word ik slecht gezind van regenachtig weer,
ik drink wat regenwater of uit het meer,
de plantjes vinden regen goed om te leven.

Nieuwe Kaai – 8 december 2025

Op 8 december begon onze namiddag eerder formeel. We hadden het over de vrouw en haar broek: hoe dat ooit niet “mocht”, hoe streng regels vroeger konden zijn, en hoe gek het eigenlijk is dat iets zo gewoons ooit een strijd was. En natuurlijk werd er gelachen: “een broek is gewoon gemakkelijk” — zeker als je wilt bewegen, fietsen of gewoon comfortabel zitten, zonder gedoe.

Daarna kwam het thema kledij en naaien vanzelf mee. Snit en naad, vakschool, zelf kleren maken — soms zelfs met wat er maar voorhanden was. Uit die gesprekken ontstond het rijmgedicht van de namiddag.

We bleven nog even in de goeie ouwe tijd met muziek, dansherinneringen en het plezier van bewegen — zelfs al blijft dat vandaag soms bij “in je hoofd meedansen”. We maakten samen een elfje: kort en vrolijk, alsof het zo uit een danszaal kwam aangewaaid.

En toen… nam de namiddag een heerlijke afslag: duiven.
Niet een beetje. Geen “ah ja, mijn nonkel had er ook”. Nee: duiven als passie, als traditie, als spanning. Als het systeem van inkorven en wachten. Als zondagen waarop alles draaide rond dat ene moment: komen ze terug of komen ze niet?

Er werd verteld over duiven leren vliegen — eerst kleine afstanden, dan steeds verder — en over hoe straf het blijft dat ze hun weg naar huis terugvinden. Er kwamen cafés en zalen ter sprake, plekken van vroeger, herkenbare namen, en dat typische gevoel dat plots ontstaat: amai… we kennen elkaar precies via via.

Op het einde was er zóveel gesprek en zoveel herinnering, dat er geen nieuw gedicht meer “af” is geraakt. Maar eigenlijk was dat óók een mooie conclusie: sommige sessies eindigen niet met een laatste versregel, maar met een tafel vol verhalen die blijven rondcirculeren — zoals duiven boven de stad.

Het afsluitende liedje dat we beluisterden, was dan ook niet toevallig Blauwe geschelpte van Bobbejaan Schoepen.

✨ Zo werd het weer een mooie sessie. Deze keer zonder eigen verhalen, maar met gesprekken die zó op gang kwamen dat luisteren vanzelf de hoofdrol kreeg. En ik wist weer: hiervoor kom ik.

📸 Wat heeft jouw voorkeur: vertellen of luisteren?

👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be